Hoe vangt een roetfilter roetdeeltjes af in dieselauto’s?

Uitlaatgassen van dieselauto’s bevatten roetdeeltjes, die het resultaat zijn van verbranding (pyrolyse) in de dieselmotor. Roetdeeltjes, qua grootte in het (sub)-micronbereik, blijken een zodanige schadelijke invloed te hebben op de gezondheid dat de Europese Commissie heeft besloten om de uitstoot ervan aan banden te leggen. Zo trad de Euro V norm vanaf 1 september 2009 in werking voor nieuwe personenwagens met een dieselmotor. Deze norm stelt dat nog maar 5 mg roet per afgelegde kilometer mag worden uitgestoten. Plaatsing van een roetfilter in dieselauto’s is een praktische invulling voor deze norm.

De werking van zo’n filter is vrij simpel: een poreuze wand van metaal of keramiek laat uitlaatgassen door en vangt vaste roetdeeltjes op, die in een later stadium van het filter worden afgebrand. Dit afbranden is nodig omdat de roetdeeltjes op het filter een steeds dikkere laag vormen, zodat de uitlaatgassen een steeds grotere weerstand ondervinden om door de poriën van het filter te gaan. In de praktijk vindt dit afbranden of ‘thermisch regenereren’ telkens na zo’n 1000 kilometer rijden plaats. Doel hierbij is dat de roetdeeltjes volledig verbranden tot koolstofdioxide en waterdamp, die door de poriën van het filter de uitlaat kunnen verlaten.