Hout

Met hout haal je de natuur in huis, met de noesten – plekken waar een zijtak aan de boom groeide – en nerven als uitdrukking van het natuurlijke uiterlijk, en de warme uitstraling van het materiaal.

Hout is een natuurlijk composietmateriaal, met vezels van cellulose die zijn ingebed in een matrix van lignine en hemicellulose – alle drie componenten samengesteld uit natuurlijke polymeren. Lignine is de lijm die de cellulose-vezels bijeenhoudt. Plant een boom, voeg eventueel extra voedingstoffen toe, laat de natuur z’n gang gaan en voilà … hij groeit vanzelf uit tot een hout-producerend organisme. Doorgaans vormt de boomstam de bron van het hout.

Buitenhuis vormen bomen een natuurlijke manier van koeling. Immers, de bladeren nemen directe zonnestraling en daardoor warmte weg. Daarnaast verdampen de bladeren ook water, en voor deze verdamping is warmte nodig die aan de omgeving onttrokken wordt, waardoor deze omgeving afkoelt. Met veel bomen rondom je huis kun je in een hete zomer heerlijk koel in de tuin zitten, en er ook binnenshuis profijt van hebben.

Hout

Van oudsher wordt hout veel gebruikt omdat het materiaal overvloedig in de omgeving voorkwam. Ga naar het bos, hak een boom om, bewerk ‘m met een zaag tot de juiste afmetingen en je hebt het hout beschikbaar. Dit maakt hout een duurzame grondstof voor constructies in de bouw.
Zo zijn eigenschappen als stijfheid en (druk)sterkte handig voor houten balken om een mechanische belasting goed te kunnen dragen. Houtcellen bestaan uit langgerekte cellulose-ketens in de lengterichting van de stam, en dat verklaart het anisotrope karakter van hout: in deze lengterichting is hout veel sterker dan in de dwarsrichting.

Vocht speelt een belangrijke rol bij het gebruik van hout. Zo treedt houtrot op als schimmels onder vochtige omstandigheden de cellulose of lignine chemisch afbreken waardoor het hout z’n mechanische eigenschappen verliest. Houtrot kun je voorkomen door het hout te beschermen met een afdekkende verflaag, of door te zorgen dat er geen vocht bij het hout kan komen. Ook het ‘werken’ – in feite het vervormen – van hout heeft met vocht te maken. Door vocht op te nemen kan het hout uitzetten, en door vocht af te geven krimpt het hout juist. De reden waarom je een deur of raam in de zomer gemakkelijker kunt openen dan in nattere jaargetijden als herfst of winter …

Hout is een duurzaam materiaal, en dit komt doordat het voortdurend hernieuwbaar is. Immers, bomen maken deel uit van de korte koolstofkringloop: via fotosynthese wordt kooldioxide (CO2) uit de lucht opgenomen en uiteindelijk omgezet in op koolstof-gebaseerde, natuurlijke polymeren die in de stam worden opgeslagen, waarbij de boom groeit. Als zo’n boom na enkele tientallen jaren wordt geveld kun je het hout nog vele tientallen jaren nuttig gebruiken als bouwmateriaal – bijvoorbeeld in een woning tijdens haar hele levensduur. Of uiteraard om er via papier een langdurig te gebruiken boek van te maken – eveneens een duurzame opslag van kooldioxide.
Zelfs na het praktische gebruik is het hout nog nuttig: je kunt het hout verbranden en zo warmte en energie genereren – een andere oeroude toepassing van hout. Hierbij komt niet meer CO2 vrij dan er tijdens de groei door de boom is opgenomen. De kringloop is compleet als de vrijgekomen CO2 voor de groei van een nieuwe boom wordt gebruikt.

Hout uit het verre verleden kom je nog in allerlei vormen tegen in de bodem: als veengrond, als steenkool, maar ook als versteend hout – waarbij je je kunt afvragen: is dat nu steen of hout? Je kunt versteend hout het beste zien als een fossiel van een boom van miljoenen jaren geleden. Dit fossiel ontstaat wanneer een omgevallen boom wordt begraven in een laag sediment en hierbij van zuurstof verstoken blijft. De organische bestanddelen van het hout zoals lignine en cellulose vergaan en worden vervangen door mineralen uit het water dat door het sediment sijpelt. Bij dit proces, dat vele miljoenen jaren duurt, blijft de oorspronkelijke structuur van het hout behouden. Chemisch gezien hebben we echter te maken met keramiek, bijvoorbeeld in de vorm van silicaten. Versteend hout heeft dus de structuur van een organisch materiaal (hout), maar bestaat uit anorganisch materiaal (steen).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *